Hoe zit een landheremietkreeft in elkaar en welke soorten zijn er nu eigenlijk allemaal? Dat en meer kun je hier vinden.
Introductie;Landheremietkreeften zijn kreeftachtigen die zich hebben aangepast aan leven op het land, maar welke nog steeds afhankelijk zijn van water voor de voortplanting en uiteraard consumptie.
Deze dieren dragen een schelp om het weke achterlijf te beschermen. Bij landheremietkreeften heeft deze schelp nog een functie; hij houdt namelijk een waterreserve vast. Met dit waterreserve kan de kreeft
verschillende processen in zijn lichaam regelen. De samenstelling van dit water bestaat uit zowel zoet- als zout water wat de kreeften naar behoefte aanvullen.Landheremietkreeften komen voor in tropische en
subtropische gebieden over de hele wereld. Afhankelijk van de soort zie je ze op en rond het strand of verder het land in. Ook de soorten die enkele kilometers landinwaarts leven blijven afhankelijk van de zee
voor de zoutopname en voortplanting. Natuurlijk zijn de kreeften op de grond te vinden, maar je moet niet raar opkijken als ze in een boom of struik klimmen. Ondanks verschillen kunnen verschillende soorten en maten landheremietkreeften
over het algemeen zonder problemen samen gehouden worden. Om te kunnen groeien moeten landheremietkreeften
vervellen en hiervoor graven ze een stevige holte in de grond waar ze enkele tijd in verblijven. Een landheremietkreeft begint het leven als microscopisch klein larfje in de zee. Wanneer het larfje is ontwikkeld
tot een klein kreeftje en klaar is voor het leven op het land is hij enkele millimeters groot. Het kreeftje moeten nu voor het eerst op zoek naar een schelp om het tere achterlijf te beschermen. Lanheremietkreeften kunnen
enkele tientallen jaren oud worden, hoe oud precies is niet bekend, en hebben volgroeid ongeveer de grootte van een honkbal. Om te kunnen groeien moet de landheremietkreeft regelmatig vervellen. Landheremietkreeften
blijven gedurende hun groei constant op zoek naar een passende schelp. Landheremietkreeften maken niet vaak geluid maar kunnen dit, bij irritatie onderling of soms ook zonder aanwijsbare reden, zeker wel. Ze maken een
vrij luid raspend, tsjirpend geluid. Dit heet striduleren.
Taxonomische indeling;Rijk: Animalia
Stam: Arthropoda
Klasse: Malacostraca
Orde: Decapoda
Infraorde: Anomura
Superfamilie: Paguroidae
Familie: Coenobitidae
Geslacht: Coenobita
Soorten;In het geslacht Coenobita zijn op dit moment 16 soorten beschreven.
- C. brevimanus
- C. carnescens
- C. cavipes
- C. clypeatus "Purple pincher"
- C. compressus "E/Ecuadorian"
- C. longitarsis
- C. olivieri
- C. perlatus "Straw/Strawberry
- C. pseudorugosus
- C. purpureus "Blueberry"
- C. rubescens
- C. rugosus "Ruggie"
- C. scaevola
- C. spinosus
- C. variabilis "Crazy crab"
- C. violascens "Viola"
In de familie van de Coenobitidae is ook het geslacht Birgus bekend. Dit geslacht telt 1 soort, Birgus latro ofwel de "coconut crab".
Niet alle bovengenoemde soorten worden aangeboden. In Europa zul je vooral de C. clypeatus, C. rugosus en C. perlatus vinden. Een enkele keer zal een andere soort aangeboden worden.
Anatomie van een landheremietkreeft; Uit: Biology of the Land Crabs bewerkt door Warren W. Burggren en Brian R. McMahon, Cambridge University Press 1988
Beschrijving
Simpel gezegd bestaat een landheremietkreeft uit 2 delen. De cephalothorax en het abdomen. Onder de cephalothorax valt alles aan het kop/borststuk van het dier en het abdomen is het achterlijf wat bij
deze dieren in de schelp zit.
- De cephalothorax bestaat uit
twee paar antennes om mee te voelen en proeven, gefacetteerde ogen, een grote schaar en een kleine schaar, twee paar looppoten, een paar poten voor het bewegen in en uit de schelp en een paar poten om de kieuwen en de
binnenkant van de schelp mee schoon te maken.
Ook vind je op de cephalothorax
setae (zeer gevoelige haren), kieuwen die aangepast zijn voor het ademen van lucht en drie paar monddelen die ze gebruiken om het voedsel mee naar de mond te bewegen.
Op en aan het abdomen vind je
aanhangsels aan het uiteinde van het abdomen waarmee de kreeft zich vastzet in de schelp en de telson, het einde van het achterlijf -de "staart"- die eindigt met de anus.
Geslachtsonderscheid;Er zijn enkele verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke landheremietkreeften die op het oog zijn te onderscheiden. De makkelijkste manier van geslachtsbepaling is het kijken naar de gonoporiën.
Deze poriën zijn alleen te vinden bij vrouwelijke dieren en bevinden zich aan de onderkant van het tweede paar looppoten. Om deze poriën te kunnen zien moet de landheremietkreeft een eind uit zijn schelp reiken.
Ook beschikken alleen de vrouwtjes over zgn. pleopods, dit zijn aanhangsels aan het abdomen welke gebruikt worden om de eieren mee te dragen.
Voortplanting;Bij een paring laat het mannetje zaadpakketjes achter aan de onderkant van het vrouwtje, waarmee zij de eitjes onder haar buik bevrucht. Deze eitjes worden losgelaten in zee en daaruit zullen na enkele dagen larfjes
geboren worden. Deze larfjes voeden zich met microscopisch kleine deeltjes in het water. Gedurende enkele weken groeien ze en transformeren ze in ongeveer 4 verschillende stadia. Hierna vervellen ze in iets wat al meer op een heremietkreeft lijkt.
Na nog enkele weken van vervellen en groeien spoelen de piepkleine heremietkreeftjes aan en gaan ze op zoek naar hun eerste schelp. De lengte van de ontwikkelingsperiode is afhankelijk van temperatuur en seizoen. Dit wetende kun je misschien zelf al wel bedenken
dat het vrijwel onmogelijk is voor hobbyisten om te kweken met deze dieren. Er is bekend dat het wel eens is gelukt in laboratoria.
|